From Jintro's Place 
/


Beagles

 

De Beagle

De Beagle is afkomstig uit Engeland. Het is een zeer oud ras. Reeds ver voor Christus werden kleine honden gebruikt voor de meutejacht op het haas.

De Beagle in een gezin:

De Beagle is een ideale huishond. Het gezin is zijn roedel en hij is erg lief voor kinderen. De Beagle is klein en handzaam, zachtmoedig, evenwichtig qua karakter en een vrolijke en ondeugende rakker.
Thuis ontpopt hij zich als een heerlijke 'vrijkous' lief voor iedereen, maar buiten toont hij zich jachthond en raakt in zijn element als hij tijdens een wandeling vol overgave snuffelend een spoor volgt. Omdat hij vanouds als meutehond erop gefokt is het te schieten wild zonder hulp van de mens binnen te halen, bezit de Beagle een grote mate van zelfstandigheid, wat wij ervaren als een behoorlijke portie eigenwijsheid. Hij moet dus zeer consequent opgevoed worden.
Door deze karaktertrekken is de Beagle een moeilijk op te voeden hond en is het aan te bevelen een gehoorzaamheidstraining met hem te volgen zodat zijn baas kan leren op een juiste manier met zijn hond om te gaan. Ook heeft de Beagle graag veel aandacht en vraagt dit dan ook van zijn baas. Door zijn vrolijke karakter is hij altijd in voor een spelletje en zal heel blij zijn met een bak gevuld met speelgoed zoals touwknopen, spijkerbroekpijpen, doeken, tennisballen en toiletpapierrolletjes.

Door o.a. zijn eigenzinnige karakter is het een hond die moeilijk of niet ALLEEN kan blijven. Een Beagle heeft veel behoefte aan beweging. Naast de uitlaatbeurten moet hij dagelijks zo'n anderhalf uur kunnen wandelen en rennen. Dus heeft u, door een druk bezet leven, weinig tijd om een Beagle op te voeden en alle aandacht en beweging te geven die hij nodig heeft, moet u beslist niet aan een Beagle beginnen

Jachthond:

De Beagle is een jachthond. Hij zal snel achter wegvluchtende dieren of andere zaken aan gaan. Zijn neus is zijn krachtigste orgaan en hij zal alles willen ruiken of met zijn neus willen onderzoeken. De Beagle is zelfstandig, vaak vertaald met ‘eigenwijs’. Hij zoekt graag zijn eigen weg.

In Engeland wordt nog steeds met Beaglemeutes gejaagd, waarbij de honden te voet gevolgd worden. Daar de Beagle voornamelijk voor de jacht op klein wild (hazen en konijnen) wordt gebruikt, behoort hij tot de groep 'Brakken of lopende honden' ofwel 'hounds'. Zij achtervolgen het wild en oriënteren zich met de neus op het spoor en niet met de ogen.

Tijdens het uitlaten van de Beagle loopt de Beagle ook altijd met zijn neus op de grond!

Groepgericht:
Hij is groepsgericht en kan het beste functioneren in een groep, of dat nu een groep (gezin) mensen is of een roedel andere honden. Hij is lief voor kinderen en vindt het heerlijk om aangehaald en geknuffeld te worden. Hij vindt het moeilijk om alleen te zijn. Dit kan echter wel getraind worden. 

Sociaalvaardig:
De Beagle is een sociaalvaardige hond. Hij kan met alles en iedereen overweg en krijgt daarom ook regelmatig de naam 'allemansvriend'. De Beagle is absoluut ongeschikt als waakhond.

Gehoorzaamheid:
Hij is goed gehoorzaam te krijgen met training, maar zal nooit meteen gehoorzamen als hij bezig is met zijn eigen dingen, die hij belangrijker of lekkerder vindt. 

Training:
Een Beagle heeft vanaf pup training en opvoeding nodig. Consequent zijn is bij een Beagle heel belangrijk. Puppycursus en gehoorzaamheidscursus zijn bij de Beagle een 'must'.

Voeding:

Een Beagle houdt van lekker en veel eten. Dit ontaardt snel in een dikke Beagle als daar niet de hand aan wordt gehouden


De Rasstandaard


De standaard is een beschrijving hoe het ras 'de Beagle' er uit moet zien. De standaard is internationaal vastgesteld door de Federation Cynologique Internationale. (FCI). Tijdens de keuringen dient een keurmeester de honden te keuren aan de hand van de standaard. De standaard is een omschrijving van het ras, maar biedt tevens enige speelruimte, zodat niet alle Beagles precies hetzelfde behoeven te zijn.

De in onderstaande aangegeven cijfers komen overeen met de cijfers in het plaatje onderaan de tekst.

Typische kenmerken

Een vrolijke Brak wiens, wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen, wiens spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en van gelijkmatig temperament.

Algeheel beeld
Een forse en compact gebouwde Brak, die de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid.

Temperament
Lief en oplettend, zonder agressie of angst.

Hoofd en schedel
Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar niet grof, iets fijner bij een teef, zonder frons en rimpels. Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe achterhoofdsknobbel (1). Stop (2) goed afgetekend; deze verdeelt de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk. Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel breed, het liefst zwart, maar iets minder pigmentatie bij lichter gekleurde honden is toegestaan. Wijde neusgaten.

Ogen
Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot, niet diepliggend, niet uitpuilend, goed uit elkaar geplaatst, met een zachte aantrekkelijke uitdrukking.

Oren
Lang met afgeronde punten, naar voren getrokken bijna tot de neuspunt reikend. Laag aangezet, fijn van structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen.

Mond
De kaken moeten sterk zijn, met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit. De boventanden moeten sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken staan.

Hals
Voldoende lang om de Brak in staat te stellen zijn hoofd gemakkelijk naar de grond te brengen om het spoor te volgen, licht gebogen met weinig keelhuid.

Voorhand
Schouder (4) goed naar achter hellend, niet beladen. Voorbenen recht en goed onder de hond geplaatst, met goede substantie en rond van bot, niet versmallend naar de voet. Middenvoeten (5) kort. Stevige ellebogen (6), niet naar binnen, noch naar buiten draaiend. Hoogte van grond tot ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte.

Lichaam
Bovenlijn recht en horizontaal. Borst (7) daalt tot onder de elleboog. Ribben goed gerond en ver naar achter doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige, soepele lendenen (8), de buik niet te veel opgetrokken.

Achterhand
Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen. Sterke, laag geplaatste hakken (9) en evenwijdig aan elkaar geplaatste middenvoeten.

Voeten
Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en sterke zoolballen. Geen hazenvoeten. Nagels kort.

Staart
Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en vrolijk gedragen (10) maar niet over de rug gekruld of vanaf de staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt, vooral aan de onderzijde.

Gang
Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende en recht naar voren gerichte pas, zonder hoge knieactie. Achterbenen tonen stuwkracht. De voorbenen mogen niet maaien of kruisen.

Vacht
Kort, dicht en bestand tegen het weer.

Kleur
Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de leverkleur. Staartpunt wit.

Gewicht en maat
De schofthoogte mag niet meer dan 16 inches (40,5 cm) of minder dan 13 inches (33 cm) zijn.

Opmerking
Elke afwijking van de voorgenoemde punten moet worden beschouwd als een fout en de ernst, waarmee de fout moet worden beoordeeld, moet in juiste verhouding staan tot de mate ervan en het effect op de gezondheid en het welzijn van de hond.